Zuid-Holland als grote, waterrijke polder

Nationaal Waterpark: voedselproductie,
landschapsbeheer en recreatie zijn er één

Al eeuwen zijn we in ons land bezig met de vraag: hoe krijgen we al dat water weg? Dijken bouwen kunnen we als de beste en we pompen wat af. Maar in 2036 verzetten we ons niet meer tegen het water, we omarmen het. We leven dan in ons nationale waterpark: een waterrijke polder waar gewerkt wordt aan nieuwe teelten, nieuwe manieren van voedselproductie, in bedrijven die naast landbouw ook een bijdrage leveren aan water- en landschapsbeheer.

Wereldwijd staan we bekend om ons watermanagement. In eigen land vragen we ons echter steeds vaker af of de huidige manier van watermanagement wel de juiste is. Want door klimaatverandering stijgt de zeespiegel, hebben we te maken met hevige regenbuien en drogere zomers. Bovendien ‘verbranden’ onze veengronden langzaam en zorgen de koeien die erop staan voor een flinke hoeveelheid CO2-uitstoot. Het Nationaal Waterpark kan daar verandering in brengen. Door mee te bewegen met het water zorgen we voor meer biodiversiteit. Niet alleen op het platteland, maar ook in de stad waar we regenwater opvangen en voedsel verbouwen op platte daken. De recreatiemogelijkheden die het park met zich meebrengt zorgen bovendien voor nieuwe verbindingen met de stad, voor sociale cohesie.

Bereikt: samen aan de slag

Op kleine schaal werken verschillende (voedsel)pioniers aan het uitwerken van plannen om een waterpark werkelijkheid te laten worden. Die pioniers hebben we via ons netwerk van de Voedselfamilies samengebracht. Tijdens de Waterparksessie in januari 2019 kwamen ondernemers, provincie en gemeente, maar ook kennisinstellingen bijeen. Er werd gesproken over de ingrediënten die het waterpark nodig heeft. De inzichten van de verschillende partijen zijn de sleutel tot succes. Want een ding is zeker: het waterpark bouw je niet alleen.